Heerlijk sappige stevige blaadjes,

met pit van het speenkruid lenen zich voor een wild accent in salade of soep, of in een wilde groentesaus bij de pasta maar altijd alleen voordat de plant bloeit!

Zodra de stervormige gele bloempjes van Ficaria Verna (famille van de ranonkel die mij in de verte aan een waterlelietje doet denken) verschijnen ben je te laat en ik zie ze nu al bloeien hier en daar.

Dan is het gehalte aan de voor de mens giftige inhoudsstoffen, protoamenonine, te hoog geworden en kun je de plant beter laten staan.

Tot na de bloei; dan kunnen de scherpe knolletjes worden gegeten. Rauw of gebalanceerd.

Speenkruid bevat veel vitamine C en werd wel een ‘scheurbuik kruid’ genoemd en ingezet bij een vitaminegebrek.

Ook als heilzaam kruid werd speenkruid gebruikt als kompres bij problemen met de aderen en bij aambeien door haar samentrekkende kwaliteiten.

Je kunt het blad misschien verwarren met de geschulpte blaadjes van hondsdraf maar die van het speenkruid zijn gladder en glanzender. Hondsdraf is ook eetbaar maar veel kruidige van smaak.

Wilde bijen en hommels zijn dol op het stuifmeel van speenkruid dus lekker laten staan als je ze in de tuin hebt en af en toe even ‘grazen’ van je wilde groente!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *