Oer-neus
In de vorige nieuwsbrief deelde ik al iets over onze zintuigen en hoe de natuur ons helpt om ze weer in de oerstand te brengen. Tijdens wildplukwandelingen plukken we eigenlijk maar weinig, maar leren we vooral eetbare en geneeskrachtige planten kennen door ze te bekijken, te ruiken en een beetje te proeven.
Dat ruiken is soms essentieel om een eetbare van een giftige plant te kunnen onderscheiden, zoals de giftige gevlekte scheerling en het eetbare fluitenkruid.
Ik hoor regelmatig dat mensen niet meer zo goed kunnen ruiken. Verdwijnt ons reukvermogen dan echt? Ongeveer 5 tot 20% van de mensen ruikt minder goed tot vrijwel niets. Verkoudheid, verstopte holten, Covid-19 en ouderdom kunnen allemaal invloed hebben op ons reukvermogen.
Daarnaast brengen we minder tijd door in de natuur en meer in bebouwde, kunstmatige omgevingen. Daardoor worden onze neuzen minder gestimuleerd door complexe, natuurlijke geuren.
Toch kun je je reukvermogen trainen. Tijdens een bosbad zetten we onze oer-neus weer aan, en ook tijdens een wildplukwandeling gebeurt dat vanzelf.
Bijzonder genoeg reageren onze hersenen direct op geur, zelfs wanneer we die niet bewust waarnemen. Ons reukzintuig is verbonden met het limbisch systeem, het deel van de hersenen waar emoties (de amygdala) en herinneringen (de hippocampus) worden verwerkt.
Uit onderzoek blijkt dat geuren oude herinneringen kunnen oproepen. Aromatherapie in het ziekenhuis, ook wel aromazorg genoemd, wordt ingezet om angst en stress te verminderen. Bij geheugenverlies, bijvoorbeeld door dementie, wordt geur gebruikt om mensen te kalmeren en gerust te stellen.
Geur opent poorten naar ons verleden. Zo is Cor door de geur van brem altijd weer even terug in zijn kindertijd. Zijn moeder had zo’n geurige gele struik in de tuin en die geur voelt nog altijd als huiselijk en vertrouwd.
Ik heb dat met de wilde Japanse bottelrozen die vroeger in elk plantsoen stonden.
En jij? 🌿
Ontdek ook onze bosbaden en wildplukwandelingen in Castricum
